Annapurna Circuit in Nepal

Wouter Moekotte • 30 July 2025

Share this article

Moment en plaats van uitwerken van dit reisverslag is na afloop trektocht in Pokhara , een toeristisch ’lakeside’ oord bezuiden de Himalaya bergketen. In de jaren zeventig nog eindstation van mening hippie na een ‘asia overland tour’ nu veel hotels en toerist shops, maar wiet en paddo’s blijven beschikbaar. Normaliter ben ik binnen een paar uur vertrokken van deze plekken, het is er ook nog eens tropisch warm met iedere middag een flinke plensbui. Echter, nu is het een heerlijke tussenstop met aanwezig wat na bijna tien intenstieve dagen in de bergen zo node ontbrak; goede koffie en internet. Enerzijds is het fijn even helemaal afgesloten te zijn, anderzijds merk je hoe afhankelijk je wordt van een verbinding met de buitenwereld, ik kan moeilijk zonder het nieuws en ontwikkelingen. Goede koffie behoeft geen verdere uitleg.  

Negen dagen in het hooggebergte waren adembenemend maar ook fysiek slopend. Door de minimale voorbereiding werd een stevig beroep gedaan op vindingreikheid en aanpassingsvermogen. Het was stil en soms eenzaam in de bergen. De (ijle) lucht zo puur en fris als maar zijn kan. Het pad naar de top bleek echter op enkele plekken zeer gevaarlijk, was daarom blij relatief snel op de route een sherpa ingeschakeld te hebben en wat nu overheerst is opluchting en tevredenheid.  

 

Dag 1 Kathmandu – Ghermu ( 1.350 m – 1.200 m)

 

De wegen en bussen zijn van het slechtse soort welke ik op reizen in ontwikkelingslanden ben tegengekomen. Je kan alleen maar blij zijn uit Kathmandu weg te zijn, een drukke, vieze en lawaaiwerige hoofdstad. Weliswaar het politieke, religieuze en zaken centrum van het land is het voornamelijk begin -en eindpunt van menig reiziger. Het straatarme land (80% komt rond van minder dan 2 dollar per dag) met 30 miljoen inwoners, kent ook hier het enige serieuze (internationale) vliegveld. Eerste indruk vertoont gelijkenissen met India en de schade van de enorme aardbeving drie maanden terug lijkt mee te vallen. Schijn bedriegt echter en op veel rurale plekken waar huizen van klei of hout gemaakt zijn is de schade en pijn immens. Toeristen laten het land massaal links liggen, ‘adding insult to injury’ want het land heeft de toeristen dollars zo hard nodig, juist nu. Uitzonderingen met betrekking tot het verkrijgen van ‘trekking permits’ en toegangsbewijzen voor nationale parken worden echter niet gemaakt en juist nu wordt door sommige slinkse locals getracht toeristen tot de laatste cent uit te knijpen, al is je onderhandelingspositie met betrekking tot overnachtingskeuze als vrij stevig te bestempelen.  

 

Weg uit de broeierige hoofdstad volgen zeven uur van opeenvolgende, benauwde busreizen waarbij ik het eerste stukje van de ‘ Annapurna Circuit ’ (AC) besluit niet te lopen daar dit mede door motorvoertuigen gefrequenteerd wordt. De AC is een sluitende trekking route rondom de Annapurna bergketen, onderdeel vormend van de complete Himalaya. Voornamelijk tegen de klok in lopend uitgevoerd is het circuit lang geroemd geweest als een van de mooiste langere trektochten ter wereld. Het laatste decennium heeft het iets van deze faam moeten inleveren ten gunste van het faciliteren van gemotoriseerd vervoer. Het is een ‘trade-off’ voor het lokale bergvolk dat altijd wandelend door de bergen getrokken heeft, handelend of voor sociale doeleinden. Het overgrote deel is nog altijd gevrijwaard van jeeps, zo ook de rijstvelden van Nagdi waar ik ’s middags 16.00 de eerste stappen zet. Dit is inclusief een te zware rugtas in tropische omstandigheden waardoor ik drie uur later stuk en volledig doorweekt in schemerlicht bij een ‘lodge’ aankom. De boerenschuur verdient nauwelijks het predikaat ‘hotel’ en er lijkt aan de lichaamstaal van de gastheer in lichtjaren geen toerist te zijn geweest. Er wordt in allerijl een bedje met schuimmatras van het dunste soort opgemaakt in een houten schuurtje vergeven van de insecten. De prijs van 1 euro is er dan ook naar en er kan zowaar nog een maaltijd in elkaar gezet worden waarna ik toch nog redelijk kan douchen en slapen.  

 

Dag 2 Ghermu – Daraphani (1.200 m – 1.900 m)

 

Het eerste dringende advies van de authoriteiten om nooit alleen te wandelen sla ik natuurlijk direct in de wind en moet hier al na een dag van terugkomen. Het is overduidelijk dat ik een drager( ‘sherpa’ of ‘porter’ ) nodig heb, is het niet voor de (over)bagage dan wel voor veiligheid. De route is immers bezaaid met lastige obstakels en stijle bergwanden naast smalle grind paadjes waar een misstap waarschijnlijk einde verhaal betekend.  

 

Bij een ontbijt van pannenkoeken en lokale honing onderhandel ik met de baas des huizes over het inschakelen van hulp, en de geldstroom binnen de familie houdend, schuift hij snel zijn neef naar voren die als leraar toch enkele weken niks te doen heeft. Deze jonge knul kan direct vol aan de bak het leeuwendeel van de bagage voor zijn rekening nemend. Hij zal tot de slotklim alles op slippers (!) lopen, ontzagwekkend ook al zijn lokals hier gewend aan. De onderlinge communicatie wordt enigszins bemoeilijkt daar ik geen ‘Nepali’ spreek en zijn Engels behoeft ook wel een opfriscursus. Echter Sherpa’s zijn overigens een etnische minderheid nabij het Everest gebied, beroemd om hun draagkracht en activiteit op grote hoogtes.  

 

We klimmen gestaag over het grindpad naast een kolkende rivier die, uit talloze zijtakken aangevoerd, het (smelt) water naar lagere oorden brengt. Het is regenseizoen en dat zullen we gauw genoeg merken. De monsoon komt zo rond het middaguur vanuit de Bengaalse golf over dit gebied aanzetten en het zal voorlopig keihard door plenzen. We waren hierop voorbereid. Desalniettemin komen we na zeven uur lopen doorweekt bij onze eindbestemming aan. Ik ben redelijk stuk en de kleine pijntjes wijzen erop dat ik het tol moet betalen voor iets te hard doortrekken de dag ervoor. Het lijkt traditie dat locals niets voor voeding en onderdak gerekend wordt terwijl toeristen het volle pond betalen. Er is een gapend gat tussen ‘Nepali’ en ‘tourist’ prijzen.  

 

 

Dag 3 Daraphani – Dhukurpokari (1.900 m – 3.000 m)

 

Het is en laagseizoen en toerisme is na de aardbeving met zo’n 90% ingezakt wat resulteert in lege wandelpaden en lodges. Weliswaar lekker rustig maar weinig aanspraak. Volop tijd voor hersenspinsels over hoe het bedrijf thuis beter te organiseren. We komen enkel wat herders tegen en wat opvalt is dat juist de locals afval zonder moeite naast zich neer gooien. Mijn sherpa levert goed werk. Het valt me niet mee emoties aan Aziaten af te lezen maar al gauw kunnen we praktisch goed samen overweg. We lopen de hele dag, het is warm en de benen zijn nog altijd niet in goede doen. Op enkele stukken is de weg onbegaanbaar door overstromingen en kiezen we alternatieve routes. De hoofdroute is vrij goed bewijzerd door de overgenomen rood-witte pijlen uit de Franse Alpen. Soms raken we echter in de war en omdat mijn sherpa de route ook nooit eerder bewandeld heeft is het soms gokken. In vrijwel ieder dorpje zijn de ‘gebedsrollen’  en kleine stupa’s met gedenkstenen te zien. De laatste kunnen worden omschreven als meditatie altaars met oude boeddhistische teksten in steen gegraveerd. De eerste zijn draaiende metalen rollen met daarin papieren mantra’s welke de monnikken in gezang constant herhalen als oefening. Natuurlijk kunnen de karakteristieke kleurige vlaggetjes met teksten niet ontbreken, vrijwel overal te zien en echt typerend voor Nepal.  

 

Om vier uur ’s middags staan we voor een cruciale keuze; we kunnen de lokale slaapplek pakken of doorlopen waarbij in het minst gunstige geval we nog 3-4 uur voor onze kiezen krijgen. Het pakt slecht uit; om zeven uur ’s avonds komen we uitgeput aan bij de eerste beste lodge. Een hond heeft al die tijd voor ons uit gelopen, lijkende ons de weg te willen wijzen. We zitten inmiddels op drie km hoogte en de frisse onmiskenbare geur van de mooie naaldwouden verzacht de pijn enigzins. We krijgen een goede maaltijd voorgeschoteld en slapen als een blok. De volgende ochtend is pas goed zichtbaar welke rotspartij achter het dorp schuilgaat, een dramatisch stijle bergwand gevormd door glaciale erosie, door de lokals de ‘gate to heaven’ genoemd. Ook kom ik te weten dat met een halve dag voorsprong een trekker met gids voor ons uit loopt, geen betere motivatie voor mij. Langzaam komen de grote pieken van de Annapurna in beeld en hier en daar doemen kleine, losse overgebleven gletsjers op. Vreemd genoeg zijn ze soms wat zwartachtig door ingesleten zand, steentjes en gruis.  

 

Dag 4 en 5 Dhukurpokhari – Manang (3.000 m – 3.500 m)

 

Rond het middaguur bij de lunch stappen we dan geheel toevallig bij een Francaise en haar gids een restaurant binnen, blijkbaar hebben we doorgelopen. Ze lijkt, net als ik dat ben, blij en verrast een westerling te zien. Flinke hoofdpijn van de hoogte speelt haar al parten maar het is leuk even bij te praten. We komen langs wat niet anders dan het minst drukke en verlaten vliegveld ter wereld kan zijn met een overwoekerde start en landingsbaan. Rond vier uur komen we dan in Manang aan, een bekende springplank en tussenstop op weg naar hogere oorden. De ingeplande rustdag wordt sterk aangeraden om te acclimatiseren en komt goed uit weer op krachten te komen. Gelukkig ook hier, net als de vorige stop, een goed Engels pratende vrouw des huizes die zowaar ook nog eens lijkt te beschikken over uitmuntende kookkunsten. Vanwege het seizoen is er weinig andere keus dan de lokale ‘dal bhat’, een vegetarische curry met rijst of japati. Alcohol mijdt ik liever ten faveure van het lokale ‘seebuckthorn’ sapje, bessen van een struik bomvol vitaminen. De Francaise overspoelt me met verhalen, ze woont hier al jaren en laat sieraden maken die ze in Frankrijk verkoopt. Ondertussen leert haar gids mijn sherpa de fijne kneepjes van het vak.  

 

Nepal is een etnisch zeer divers en complex land. Ingeklemd tussen grootmachten als India en China wordt de cultuur gedefinieerd door kaste, hierarchie en familie. Ruim 80% van de bevolking woont in bergachtige gebieden, door elkaar verbonden door een ingenieus netwerk van eindeloze wandelpaden. Door de eeuwen heen hebben talloze migratie stromen plaatsgevonden en met name tref je Tibetaans, Indiaas en meer lichter Pakistaans aandoende mensen aan. Op minder heldere momenten heb ik enkele seconden nodig te realiseren waar ik precies ben en vertroebelen flashbacks van oude tijden op de Filippijnen in India en China mijn realiteitszin.  

 

Op 3.5 km is de lucht duidelijk ijler en doen zich de eerste milde symptomen van hoogteziekte voor. Het is belangrijk veel water te blijven drinken al raakt het lichaam dat ’s nachts tijdens vaak slapeloze nachten weer net zo makkelijk kwijt. Je fysieke gestel moet kunnen wennen aan de hoogte en wat goed werkt is per dag niet meer dan 750 hoogtemeters te stijgen en lager te slapen dan het die dag hoogst bereikte punt, dit laatste kan door afzonderlijke acclimatisatie tochtjes ‘topjes’ van een paar uur naar 200-300 meter hoger. Lager slapend kan het lichaam makkelijker meer rode bloedcellen aanmaken die het zuurstof beter door het lichaam kunnen transporteren. Een door menig ambitieuze wielrenner beproefde methode. Het is erg tegen mijn natuur niet steeds door te gaan maar het geleidelijk aanpakken is de enige manier hoge bergpassen te bedwingen. Op de rustdag word ik helemaal zen van twee boeddhistische monnikken die de ganse dag in het restaurant mantra’s chanten en lees ik het geweldige boek van Joris Luyendijk over de (nog steeds) rotte financiele sector.  

 

Dag 6 Manang – Ledhar (3.500 m – 4.200 m)

 

We kunnen weer aan de bak, omstandigheden zijn uitstekend te noemen. Op smalle bergpaadjes zijn we uren alleen temidden van de hoge, enigszins beangstigende witte toppen. Beangstigend omdat af en toe de echo van afbrekend ijs/ sneeuw weerklinkt. In het laagseizoen zijn de kleinere ‘tea shops’ onderweg dicht en ook alle water hervul stations zijn gesloten. Onvoldoende proviand meenemen is dus gekkenwerk en mijn sherpa’s geringe ervaring lijkt hem parten te spelen daar hij urenlang werkelijk niks drinkt en eet. Hij neemt gelukkig af en toe een Snicker of Mars van me aan. Geen wonder toch dat hij bij het spookstadje ‘Yak Karkha’ over hoofdpijn begint te klagen, tijdens de lunch bij mij niet anders maar gek genoeg is het na een korte pauze weer weg. Het weer slaat om en binnen 10 minuten is het volledig bewolkt en nat, we zien niet meer dan 30 meter voor ons uit. Bij het gehucht met drie huizen ‘Ledhar’ op 4.200 meter treuzelen we lang over wat we zullen doen. Ik besluit dat we nog twee uur doorgaan naar het volgende stadje, ondanks dat we eerder gewaarschuwd zijn voor gevaarlijke passages. Het begint steeds meer te spoken en donderen in de verte, we weten niet of het onweer of lawines zijn. Af en toe stoppen we en steeds minder zien we goed vooruit, net op dat moment doemt er uit de mist een lokal op die aangeeft waarom we toch niet eerder gestopt zijn. We maken direct rechtsomkeert, er zit niks anders op in het zeer primitieve hutje betere omstandigheden af te wachten.

 

Dag 7 Ledhar – High camp (4.200m – 4.900 m)

 

Eerste blik uit het raam voorspeld weinig goeds maar het is al snel een stralende dag met strak blauwe hemel. Bij gebrek aan douches met heet water doet al dagen de ijskoude water stroom uit de bergen dienst als opfrisser. Zelfs avontuurlijke trekkers willen op hun wenken bediend worden en menig hectare kostbaar woud is al aan warme douches opgestookt. Weinig duurzaam en alternatieve energiestromen als waterkracht centrales worden uit de grond gestampt al vloeit de elektriciteit maar al te graag weg naar India en China. Wie betaald, bepaald. Ruim voorbij de boomgrens trekken we, een hurde yaks ontwijkend, door de canyon op weg naar Thorong Phedi, ook wel bekend als ‘basecamp’ op 4.500 meter. De yaks zijn geweldige klimmers en bieden melk, kaas en vlees voor het lokale bergvolk. Een groot Yak mannetje is niet te verwarren met de Yeti, het nog altijd onopgeloste raadsel over het bestaan van mens/ dier ‘bigfoot’.  

 

Weinig tijd om hier over te dagdromen; voor ons doemen obtstakels op, hele stukken bergwand zijn weggevaagd en de overkant is nauwelijks beter met een smal grindpad. In feite zijn het stijle hellingen vol met steen en grind met erover wat op een pad moet lijken. Levensgevaarlijk. Een los rakende steen of misstap en je ligt 50 meter beneden. Alsof dat nog niet genoeg is doemt uit het niets een galopperende kudde yak op, uitgerekend op dit stuk! Paniek op het gezicht van mijn sherpa, voor het eerst. We kunnen geen kant op, een onvoorspelbare manoeuvre van dit beest betekent ernstige problemen. In feite kunnen we enkel afwachten wat gebeuren gaat en zie ik tijd zowaar nog een foto te schieten. Wel zien we al snel dat er een herder achter de kudde loopt, die godzijdank met steentjes en geluiden de beesten hoger op de bergwand in het gareel weet te krijgen. Ik bleef redelijk rustig maar besefte dat we de controle kwijt waren. Uitgeput, met name van spanning, bereiken we het op een na laatste kamp voor de top en hebben een uur nodig bij te tanken. Fysiek voel ik me goed en als we naar buiten stappen zoeken we naar het pad, ieder scenario houdt echter een stijle, rotsachtige beklimming in en het is moeilijk voor te stellen dat we daar boven op die uitstekende rots zullen uitkomen.  

 

Door schade en schande wijs geworden ga ik bewust erg langzaam met een tempo van 2 km/u de berg op, onderbroken door enkele water drink pauzes. Hoe hoger, hoe essentieler water inname wordt. Op bijv. 6 kilometer hoogte is er nog slechts 50 % zuurstof in de lucht vergeleken met zeeniveau (op Mt. Everest 29%) waardoor het voor de mens moeilijker wordt zuurstof op te nemen. Reactie van het lichaam is vervolgens de hartslag te verhogen en ademhaling te versnellen. Omdat de lucht zo droog is raak je door de versnelde ademhaling meer vocht kwijt. Dit moet worden gecompenseerd. Wat meespeelt is dat het bloed stroperiger wordt, veel drinken gaat dit enigszins tegen. Het beetje zuurstof dat aanwezig is wordt gebruikt voor de belangrijkste lichaamsfuncties: hart, long –en hersenfuncties. Het vermogen voor overige processen wordt behoorlijk teruggeschroeft waardoor bijvoorbeeld het denkproces trager verloopt. Zuurstof moleculen worden schaars en verschillende lichaamsfuncties dingen assertief naar hun gunsten. Meerdere malen maak ik mee simpele feiten niet te kunnen reproduceren. Het voordeel is dat dagelijkse beslommeringen naar de achtergrond verdwijnen en je alleen nog kunt richten op fit blijven en de top halen. Geen wonder dat sommige retraites op hoogte gehouden worden! Overigens kost ook spijsvertering zuurstof en soms roept zelfs de gedachte aan eten enige weerzin op. Lichaamsreserves zijn (tot op zekere) en grotere hoogte dan ook geen overbodige luxe.

 

We weten dat als we high camp op 4.900 bereiken we een essentiele stap in de richting van onze ambitie voor deze tocht gezet hebben. Het is uitgestorven boven en blij zijn we als iemand uiteindelijk de deur opendoet. We hoeven ons met de beschikbaarheid van circa 100 bedden over een slaapplek geen zorgen te maken. Een knallende hoofdpijn zet op, vergezeld van lichte misselijkheid. Mijn handen zijn al dagen lang opgezwollen. Geen goed teken en al heb ik totaal geen trek werk ik toch een dal bhat naar binnen. Mensen met forse hoogteziekte worden als dronken ervaren en kunnen geen rechte lijn meer lopen. We staren met z’n drieen lange tijd wazig voor ons uit en zien hoe in mum van tijd het weer volledig omslaat. Hagel, regen en sterke windstoten isoleren ons volledig op deze eenzame en hoge berghut. Het is moeilijk voor te stellen dat hier in betere tijden tientallen mensen samenkomen en plezier hebben.  

 

Onze host heeft een eenzaam beroep en runt deze plek zelfstandig, van tuinieren tot koken en schoonmaken. Tijdens de aardbeving drie maanden geleden zat hij bij het hetzelfde raam waar we nu zitten, getuige van hoe de aarde om hem heen beefde en schudde. Ik knap iets op en waag het toch op een topje van 150 meter hoger, het gaat redelijk totdat ik boven bij ongelofelijke vergezichten weer misselijk wordt. Het zijn momenten dat je je, feitelijk toebehorend aan zeeniveau, afvraagt wat je hier in vredesnaam te zoeken hebt en snel daal ik af. Er stijgen twee markente figuren naar boven, het zijn boeddhistische monniken op een pelgrimstocht cq uitstapje. Ook zij zullen morgen de poging wagen en ’s avonds nuttigen we in cameraderie een gezond galgenmaal al blijkt Engels spreken er niet of nauwelijks in te zitten.  

 

 

Dag 8: Highcamp – Thorong La – Muktitath - Jomsom ( 4.900m – 5.416m - 2.800m)  

 

Achteraf lees ik dat het beter was geweest iets lager te slapen alvorens de bergpas over te steken. Desalniettemin zijn we vijf uur ’s ochtends –na een steenkoude nacht- uit de veren om op de top sterke en koude windstoten in de loop van de ochtend voor te zijn. Het viertal, van uiteenlopend pluimage, begint aan de ongeveer drie uur durende beklimming. Na de wolk en mistbanken lopen we boven de 5 km voor ons gevoel op het dak van de wereld. Om ons heen enkel de adembenemende vergezichten met besneeuwde pieken van de Annapurna I, II en III. Het is ongelofelijk dat hier een groepje lokale jongemannen een stenen hutje in elkaar aan het klussen is. In de tijd van de Maoistische rebellen, nog niet zo lang geleden, was de kans groot dat we om ‘tol’ of ‘donaties’ gevraagd werden alvorens onze reis voort te kunnen zetten.  

 

Als een diesel trek ik gestaag naar boven, stoicijns, op eigen tempo. Het is duidelijk dat de anderen sneller kunnen, van onze twee monnik vrienden had ik dat wel verwacht, mijn sherpa overtreft wellicht zijn eigen verwachten en wat hij laat zien is een knap staaltje werk. We blijven bij elkaar en van de vier kilo water die ik draag is na 1.5 uur de helft op. We lopen op een maanland achtig landschap temidden van twee pieken, duidelijk de vorm van een bergpas. Gelukkig is het niet zo steil hier, en na enige tijd wordt duidelijk dat we in de buurt van ons doel komen. Zonder de laatste klim echt in de problemen te zijn gekomen, anders dan vorig jaar, bereiken we Thorong La op 5.416 meter boven zeeniveau. Afgezien van de bekende foto rituelen willen we niet al te lang op deze hoogte vertoeven, hoofdpijn klopt op de deur of is bij een aantal al binnen.  

 

De afdaling is technisch en lang, door stenen, grind en gruis manouvrerend waarbij het zaak is enkels en knieen te ontzien. Dat het hier eind vorig jaar volledig misging toen onverwacht een sneeuwstorm opzette is tragisch, verhalen van overlevenden zijn bijna niet te geloven. Met een meter sneeuw over deze soms wel heel stijle afdaling afdelen is gekkenwerk. Het hele onderlichaam begint ondertussen zeer te doen, het zicht op het eindpunt een kilometer lager en ver in de horizon is zowel ontmoedigend als betoverend. Alsof je door het raam naar een andere wereld kijkt. Een wereld van droge woestijnrotsen, in cultuur en locatie grenzend aan Tibet.  

 

Na een korte, ongeinspireerde hap eten is het ploeteren, hinken en strompelen naar de eeuwenoude tempel van Muktinath waar onze twee vrienden een foto-moment willen creeren. Het is nog maar 13.00 als we in het aangrenzende slaperige stadje aankomen. Geen plek om te blijven plakken. Doorgaans wordt hier de bus gepakt naar het verderop gelegen Jomsom, het alternatief is een vier uur durende tocht over de schrale, winderinge en stoffige weggetjes. Geen prettig vooruitzicht en alleen met pijnstillers zou ik nog verder kunnen. Ik snak naar een douche, gezonde hap eten en bed. De anderen zitten eveneens stuk en we lappen geld bij elkaar voor een jeep die ons, volledig door elkaar geschud, in Jomsom afzet. Daarbij, achteraf blijkend, een prachtig, eeuwenoud handelsstadje links te hebben laten liggen.  

 

Dag 9  Jomsom –Pokhara (2.800 m – 800 m)

 

Waar de twee monnikken de energie vandaan halen is me een raadsel maar ze bleven maar doorreizen en lopen. Misschien maken ze zich veel minder druk dan westerlingen. Als sardientjes, ook al is er geen zee te bekennen, opgekropt begonnen ze aan een dag lange rit naar Pokhara. Ik had mijn zinnen gezet op een eerder geadverteerd gezien hotel en dit stelde me geenszins teleur. Om het volledige circuit lopend af te ronden was het nog drie dagen lopen naar Pokhara, het minst interessante stuk afgezien misschien van Poon Hill. Het zeer winderige Jomsom heeft zowaar beschikking over primitief vliegveld, echter tickets naar Pokhara voor de volgende dag waren uitverkocht. Een onderhoudende Indier, hotelmanager, praatte me bij over de omgeving en beloofde uit te zoeken of er de dag erop toch nog een plekje vrij zou komen. Dat kwam er, de beste man stond reeds om 6 uur op mijn deur te kloppen. Ik moest linea recta, halsoverkop te voet naar het vliegveld op twee minuten afstand. Waar vind je het nog dat je rugtas op een ouderwetse wijzer weegschaal gewogen wordt? Een groep Vlamingen vulde het ‘vliegtuig’ al snel op, niet geheel verwonderlijk daar het om een propellor type Dornier 228 gaat waar je nog gezellig met de piloten kunt meekijken.  

 

 

Drie dagen Pokhara maken voldoende onrustig er weer op uit te willen trekken. De bergen in, waar het rustig en schoon is. Het omringende gebied biedt een ruim arsenaal aan interessante ‘trekking trails’ welke individueel goed te behappen zijn. En zo geschiedt het dat ik, na afgezet te zijn door een taxi, direct eindeloze traptredes bestijg, in de vorm van platte, bewerkte granieten platen. Al snel blijk dat, in tegenstelling tot wat ik vermoedde, de zuidelijke wandelpaden van de Annapurna Conservation Area vaker - door toeristen - belopen worden dan het noordelijke deel van vorige week. Hier valt toch echt het leeuwendeel van de dagelijkse monsoon regenbui, reden kan wellicht gezocht worden in de lagere moeilijkheidsgraad en nabijheid van Pokhara. Enfin, het broeierige regenwoud herbergt listige en dubieuze bewoners, van klandestiene wietverkopende ‘didi’s’ tot aan de gevreesde ‘leeches’. Met name deze bloedzuigers zijn in het regenseizoen een ware plaag voor naïeve voorbijgangers. Vrijwel ongemerkt en razendsnel kruipen de beestjes van je schoen je been op, zoekende naar het fijnste plekje om zich vol met menselijk bloed te zuigen. Doch relatief ongevaarlijk is het vooral het ongemakkelijke idee dat je preventief regelmatig op je schoenen en benen doet kijken. Het is bizar hoe snel dit beestje, soms ingezet voor medicinale doeleinden, aan je voetzool blijft plakken en zich een weg naar boven vind. Er moeten zich in dit bos miljarden exemplaren bevinden want vijf seconden stilstaan staat garant voor 1 of 2 nieuwe lichaamsbewoners.  

 

Doorlopen is dus het devies. En dat doe ik, in goede conditie passeer ik lodges, teahouses en veeg andere trekkers op. Het terrein gaat constant op neer. Wanneer je de frisse, koele stromende rivier bereikt hebt weet je dat het weer klimmen geblazen is. Eind middag kom ik in Landruk aan, het doel voor de dag was echter Gandruk aan de overkant van het dal. Dit teneinde een goede kans te hebben de trek in precies drie dagen te voltooien.  De standaard vragen van locals worden voorspelbaar ‘uit welk land’ en ‘waar kom je nu vandaan’, op mijn beurt is het steevast ‘hoe lang nog naar....?’ . Verschillende bronnen bevestigen twee uur, waarvan het grootste deel de stijle trappen op naar Gandruk. Het begint enorm te plenzen en voorzien van regenponcho passeer ik even later een schuilende trekker. Het is een veel te zwaar bepakte, onvoorbereide jonge Australische (met Nederlandse roots) die bijna niet meer vooruit kan en me vraagt of er bovenop lodges zijn. Dit beaam ik en haar tweede tas voor mijn rekening nemend maken we vaart, halsrijkend uitkijkend naar een droge warme slaapplek. Dit doel komt tegen zes uur binnen handbereik. Mijn nog maar twintig lentes jonge reisgenoot blijkt ook nog verdwaald te zijn, echter kan dit de volgende dag nog goed rechtgezet worden. Een koude douche, droge kleren en ‘dal bhat’ doen twee vermoeide reizigers aan het einde van de dag goed.  

 

De ochtenden in de bergen zijn heerlijk; fris en mooie vergezichten. Citroen-gember-honing thee en het spannende ‘Into Thin Air’ boek maken voor een compleet ochtend ritueel. Al snel scheidden onze wegen, ik had mee gegaan op de langere trek ware het niet dat dit omwille van de tijd niet mogelijk was.  Glibberige weggetjes omhoog volgen, de eerste trekkers die de route andersom volgen doemen op en kort worden ervaringen uitgewisseld.  Manisch obsessief door de leeches maak ik voort en kom in een berghut een onmiskenbaar Nederlands koppel tegen. Pik twee mensen uit de mensenmassa op Utrecht Centraal en zet ze in het buitenland neer, herkenning verloopt makkelijker dan menig ‘Oslo confrontatie’. Nederlanders tegengekomen in het buitenland is, uitzonderingen daargelaten, niet bepaald een van de hoogtepunten van een doorsnee vakantie. Dit is zo’n uitzondering, en met meer interesse en enthousiasme dan gebruikelijk in het thuisland, wisselen we ervaringen uit.  

 

Vele uren wandel ik stevig door, tijdens een plensbij maak ik een flinke schuiver in de modder. Vlak voor de eindstreep van de dag blokkeert een defensieve buffel het pad, de leeches hebben vrij spel terwijl ik een voorzichtig omtrekkende beweging maak. Ghorepani is een werkelijk troosteloze bedoeling, je kunt enkel een keuze uit het minst ongeinspireerde hotel maken. Niet geheel zeker of dit gelukt is beland ik aan de eettafel met een oude, rare Japanner wiens enkele levensdoel zich tot het beklimmen van Mt. Everest beperkt heeft. Een andere vreemde snuiter complementeert het trio, het eten is belabberd. Het stadje is de springplank naar het bekende uitkijkpunt ‘Poon Hill’ op 3.200 meter. Vroeg in de ochtend met helder weer en opkomende zon is het beproefde ideale scenario, ik laat me verderop echter eerst de pannenkoeken goed smaken alvorens de tocht omhoog in te zetten. De vergezichten zijn inderdaad fenomenaal met vrijwel iedee besneeuwde piek van de Annapurna duidelijk op het netvlies. Het ontbreken van andere toeristen maakt voor een mooie ervaring.

Een lange afdaling volgt, onderbroken door korte pauzes in de dorpjes. De doorgaande route wordt naast wandelaars door veel pakezels gebruikt, resulterend in stinkende hopen stront. Het vergt weinig voorstellingsvermogen dat met regenbuien en grondwater deze resten in lokale stroompjes belanden die overal dienst doen als voornaamste drinkwater bron. Ik ben voorzien van waterzuiverings druppels maar de smaak wordt er niet beter op. Koeien worden geen strobreed in de weggelegd en zijn onmiskenbaar in het dagelijkse straatbeeld. Honden daarentegen worden behoorlijk snel geschopt en met stenen bekogeld.  

 

Letterijk terwijl ik deze paragraaf schrijf loopt hier in Pokhara het Russische koppel langs met wie ik delen van het laatste stuk optrok. We vragen hoe we uiteindelijk weer in de stad aangekomen zijn daar het meest verraderlijke stuk lag, zonder dat we er erg in hadden, nog voor ons lag. De jongen had al ergens gehoord dat er op hoofdroute met de bus terug naar Pokhara flinke modderstromen hadden plaatsgevonden, resulterend in blokkades en dus opstoppingen. Afgelopen nacht heeft het vrijwel onophoudelijk geregend. De stroompjes en rivieren nemen in kracht toe en zetten meer losrakende stenen en grind af. De soms weinig stevige hellingen met rijstvelden bezwijken onder de druk en hele modderstromen overspoelen de wegen. Toen ik eind middag op het eindpunt arriveerde had ik nog weinig benul van de chaos die zich verderop afspeelde. Al snel moesten we de auto uit en zagen hoe de mobiele eenheid zich van de situatie meester probeerde te maken. Dit viel geenszins mee daar op sommige stukken wel twee honderd meter breed de weg volledig overspoeld was met modder en stenen. Stukken berghellingen zijn compleet weggevaagd en doorgaande reizigers proberen door rijst terrassen hun weg te vervolgen. Bussen en vrachtvervoer zijn gestrand en ik loop maar verder, op zoek naar iets wat me in Pokhara kan brengen. In tegenstelling tot het Russische koppel lukt me dit uiteindelijk en ’s avonds terug in de stad blijkt pas de omvang van de lokale ramp die zich voltrokken heeft: http://www.bbc.com/news/world-asia-33714147 . Bijna 40 mensen moeten het leven laten in een regio reeds zo geplaagd met rampspoed.  

 




 

Recent Posts

A person standing near a white Tesla Cybertruck with a mountain backdrop under a partly cloudy sky.
by Wouter Moekotte 19 January 2026
EUROPE — 7 top EV destinations 1. Norway – best overall EV destination Norway has incentivized electrical vehicles for many years, including perks when it comes to parking among others. Roads are never quite boring in this country and there’s long stretches in tunnels underneath vast rock formations including futuristic roundabouts! Why it’s great: Highest EV adoption rate in the world Reliable fast-charging along major tourist routes Stunning fjords, mountains, national parks Best for: ✔ Scenic road trips ✔ Nature-heavy holidays ✔ Long-distance EV travel ✔ Families & couples 2. Netherlands – best for easy, stress-free EV travel It’s not hard to find charging stations in this country - as well as to rent electric vehicles from one of the many renting and sharing platforms. No worries about range anxiety in this compact, flat country too. Just make sure to avoid rush our traffic around the major cities if you don’t want to be stuck in slow moving traffic for a good hour or so. Why it’s great: Densest public charging network in Europe Compact geography Flat, easy roads with short distances between towns EVs widely available at rental companies and sharing platforms Best for: ✔ City hopping ✔ Weekend breaks ✔ Beginner EV travellers 3. Germany – best for efficiency + excellent highways Why it’s great: Major charging corridors on Autobahns Lots of EV choices from rental agencies Well-mapped charger networks Mix of cities, medieval towns & countryside Best for: ✔ Long-distance touring ✔ Multi-country European road trips ✔ Culture + nature combo itineraries 4. France – best for diverse landscapes + big tourism regions Why it’s great: Extensive public chargers, especially on autoroutes Great EV suitability in regions like Provence, Loire Valley & Normandy Hotels increasingly offer overnight charging Best for: ✔ Wine routes ✔ Beach holidays ✔ Romantic trips 5. Sweden – best for northern nature road trips Why it’s great: Strong EV culture Good coverage from cities up through central Sweden Lakes, forests, wildlife-rich areas ideal for slow travel Best for: ✔ Summer nature road trips ✔ Family holidays ✔ Slow-travel vacations 6. Austria – best for alpine driving Why it’s great: Plenty of chargers around cities and tourist villages Hotels often provide easy charging Perfect mix of scenic mountain routes + cultural cities Best for: ✔ Alpine scenery ✔ Winter + summer trips ✔ City + mountain mix holidays 7. Belgium – best for compact, easy EV routes Why it’s great: Dense EV charging network Short distances between major towns Very EV-friendly for tourists Best for: ✔ Cultural city breaks ✔ Couples’ weekend trips ASIA — top 5 EV destinations 1. China – best overall EV destination in asia Why it’s great: World’s largest EV charging network Many high-speed chargers on highways EV rentals widely available Great for city-to-city trips (Shanghai → Hangzhou, Shenzhen → Guangzhou) Best for: ✔ Urban travel ✔ Scenic intercity routes ✔ High-tech travel experiences 2. South Korea – best for dense, reliable charging Why it’s great: One of the best charger-to-EV ratios globally Fast-charger availability very strong in developed regions Road quality excellent Best for: ✔ Seoul + Busan + Jeju holiday circuits ✔ Short-to-medium EV road trips ✔ Tech-loving travellers 3. Japan – best for organized, predictable routes Why it’s great: Improving EV infrastructure Predictable charging around major corridors Popular for short scenic routes: Tokyo → Hakone, Kyoto → Nara, Osaka → Wakayama Best for: ✔ City + nature combos ✔ Short scenic drives ✔ First-time EV renters in Asia 4. Singapore + Malaysia – best for smooth, modern SE Asia EV travel Why it’s great: Singapore offers very dense charging & excellent EV rentals Malaysia rapidly expanding fast chargers on main expressways Easy, safe cross-border EV travel Best for: ✔ Short-to-medium road trips ✔ Family holidays ✔ Beach + city mix trips 5. Thailand – best for city-based holidays with local EV travel Why it’s great: EV infrastructure growing rapidly in Bangkok, Chiang Mai, Phuket Short-distance sightseeing is very EV-friendly Ideal if you stay in popular regions Best for: ✔ Island + city combos (with planning) ✔ Eco-friendly travellers ✔ Couples looking for easy urban EV use
White house with red tile roof, covered patio, lush greenery, and vintage vehicle.
by Wouter Moekotte 14 January 2026
Colivings have rapidly transitioned from a niche housing trend for digital nomads to a mainstream accommodation choice across European capitals (and on the countryside too). From the tech hubs of Berlin and Lisbon to the historic centers of Prague and Budapest , it offers a distinct alternative to traditional renting.
Hikers on a grassy mountain slope with rocky peaks under a clear blue sky.
by Wouter Moekotte 11 January 2026
Europe is a paradise for hikers. From alpine giants to sun-soaked coastal paths, the continent is packed with world-class trails that blend natural beauty, culture, and adventure. Whether you’re planning your next big trek or searching for a weekend escape, this guide covers the top 10 outdoor hikes in Europe , why each one belongs on your bucket list, and exactly how to reach them .
Charles Bridge in Prague, Czech Republic, crowded with people, overlooking a cityscape and illuminated castle.
by Wouter Moekotte 4 January 2026
The Czech Republic, often called Czechia, is a landlocked country in Central Europe renowned for its stunning medieval architecture, fairy-tale castles, rolling countryside, and vibrant cultural scene. It's also the country where lager beer originated! Bordered by Germany, Austria, Slovakia, and Poland, it offers a mix of historic cities like Prague, charming towns, natural parks, and a rich brewing heritage. With a population of about 10.5 million, it's a safe, affordable destination that's easy to navigate. Whether you're into history, outdoor adventures, or wine tasting, Czechia has something for everyone. This guide covers everything from arrival to exploration, drawing on up-to-date information for 2026 travel. Best Time to Visit Czechia experiences four distinct seasons. The peak tourist season is May to September, with warm weather averaging 25°C (77°F) in summer—ideal for sightseeing and festivals, though Prague can get crowded in July and August. Shoulder seasons (March-May and September-October) offer milder temperatures around 14°C (59°F), fewer crowds, and opportunities for hiking or autumn foliage. Winter (December-February) brings snow, Christmas markets, and skiing, but expect cold snaps below freezing. For wellness retreats or wine tours, spring or fall is perfect. Avoid major holidays like Easter or Christmas if you prefer quieter visits. How to Get There Czechia is well-connected to the rest of Europe and beyond, with Prague serving as the main gateway. - By Air: The primary international airport is Václav Havel Airport Prague (PRG), about 10 miles from the city center. Direct flights arrive from major European hubs (e.g., London, Paris, Berlin) via airlines like Ryanair, EasyJet, or Czech Airlines. From the US, expect connections through cities like Frankfurt or Amsterdam; non-stop options from New York or Chicago take about 8-10 hours. Budget around 5,000-15,000 CZK (200-600 USD) for round-trip economy from Europe, or 20,000-40,000 CZK (800-1,600 USD) from North America. From the airport, take the Airport Express bus (100 CZK, 30 minutes to city center), a taxi (500-700 CZK), or Uber. Smaller airports like Brno or Ostrava handle regional flights. - By Train: Excellent for arrivals from neighboring countries. High-speed trains connect Prague to Vienna (4 hours, ~1,000 CZK), Berlin (4.5 hours, ~1,200 CZK), or Budapest (6.5 hours, ~900 CZK). Use services like České dráhy (Czech Railways) or international operators like ÖBB or Deutsche Bahn. Book via Trainline for discounts. - By Bus: Affordable and frequent, with companies like FlixBus or RegioJet offering routes from Munich (5 hours, ~500 CZK), Warsaw (8 hours, ~800 CZK), or Bratislava (4 hours, ~400 CZK). Buses are comfortable with Wi-Fi and often cheaper than trains. - By Car: If driving from abroad, highways from Germany (A6 to Prague) or Austria (A5) are well-maintained. You'll need a vignette (electronic toll sticker) for Czech motorways—about 310 CZK for 10 days. Border crossings are seamless within the Schengen Area. Visa requirements: EU citizens need no visa. For non-EU visitors (e.g., US, Canada), enter visa-free for up to 90 days in the Schengen Zone. From October 2025, the EES (Entry/Exit System) will track entries digitally. Check for ETIAS pre-authorization if required by 2026. How to Get Around Czechia's transport network is efficient, affordable, and scenic, making it easy to explore beyond Prague. - Public Transportation in Cities: Prague has an extensive metro, tram, and bus system (tickets: 30 CZK for 30 minutes, 120 CZK for 24 hours). Buy from machines or the PID app; validate tickets to avoid fines. Similar systems in Brno and other cities cost around 30 CZK per ride. Night services run in major areas. - Trains: České dráhy operates a reliable network. Prague to Brno: 230 CZK, 2.5 hours; to Český Krumlov: ~300 CZK, 3 hours. Book in advance for discounts; student or senior deals available. Scenic routes through countryside are a highlight. - Buses: Often cheaper than trains for shorter trips. Prague to Karlovy Vary: 280 CZK, 3 hours. Use BusBud or RegioJet for bookings. - Car Rental: Ideal for rural areas. Rentals start at 450 CZK/day (international license required; age 21+). Drive on the right; speed limits are 50 km/h in towns, 130 km/h on highways. Parking in cities can be tricky—use apps like Parkopedia. - Other Options: Domestic flights are rare and expensive (e.g., Prague-Brno ~3,300 CZK round-trip). Hitchhiking is safe but less common; rideshares via BlaBlaCar cost 200-500 CZK for intercity trips. Cycling is popular in flat areas—rent bikes for ~300 CZK/day. For multi-day travel, consider a Czech Rail Pass (unlimited travel for 3-15 days, starting at 1,500 CZK) or Interrail/Eurail if combining with other countries. Top Destinations and Attractions Czechia boasts UNESCO sites, natural wonders, and cultural gems. Here's a curated list of must-sees: Prague: The Heart of Czechia The capital is a Gothic and Baroque masterpiece. Wander Old Town Square for the Astronomical Clock, cross Charles Bridge at dawn, and visit Prague Castle—the world's largest ancient castle complex. Explore Jewish Quarter synagogues, climb Petrin Hill for views, or enjoy a river cruise on the Vltava. Don't miss the nightlife in beer gardens or clubs. Allow 3-4 days. Český Krumlov: Fairy-Tale Town A UNESCO-listed gem in South Bohemia with a Renaissance castle, winding river, and red-roofed buildings. Raft the Vltava, tour the Baroque theater, or hike nearby trails. 2 days recommended. Moravian Wine Region Near Brno, this area produces 90% of Czech wine. Visit Valtice Chateau cellars (tours 2,500-6,000 CZK) or cycle through vineyards. Pair with local cuisine like goulash. Kutná Hora and Sedlec Ossuary East of Prague, see the "Bone Church" decorated with 40,000 skeletons (200 CZK entry). The medieval silver mines and St. Barbara's Cathedral are highlights. Bohemian Switzerland National Park In North Bohemia, hike sandstone formations, gorges, and forests. Iconic spots include Pravčická Gate (Europe's largest natural bridge). Free entry; great for rock climbing. Karlovy Vary: Spa Town Famous for hot springs and colonnades. Sip mineral water, relax in spas, or attend the film festival. Day trip from Prague. Other Highlights - **Brno**: Modern vibe with Špilberk Castle and underground tours. - **Olomouc**: Baroque fountains and the Holy Trinity Column (UNESCO). - **Šumava National Park**: Lakes, forests, and hiking (free; camping available). - **Pilsen**: Birthplace of pilsner beer; factory tours ~300 CZK. - **Telč**: Renaissance square with colorful houses. For history buffs, visit Terezín Memorial (former concentration camp) or Austerlitz Battlefield. Suggested Itineraries 12-Day Trip by Public Transport - Days 1-3: Prague exploration. - Day 4: Day trip to Terezín. - Days 5-6: Český Krumlov. - Day 7: To Telč via Třeboň. - Day 8: To Olomouc via Třebíč. - Days 9-10: Olomouc, then back to Prague. - Day 11: Kutná Hora side-trip. - Day 12: Departure. Two-Week Road Trip - Days 1-3: Prague. - Day 4: Terezín. - Day 5: Konopiště Castle to Český Krumlov. - Days 6-7: Český Krumlov and Třeboň to Slavonice. - Day 8: Telč day trip. - Days 9-10: Moravský Krumlov, Mikulov wine region, Lednice Château. - Days 11-12: Olomouc and Kroměříž. - Day 13: Kutná Hora back to Prague. - Day 14: Departure. These focus on key regions: Bohemia and Moravia. Customize for interests like hiking in Krkonoše Mountains or wine in South Moravia. Food, Culture, and Experiences Czech cuisine features hearty dishes: try svíčková (beef in cream sauce), knedlíky (dumplings), and trdelník pastries. Beer is king—sample Pilsner Urquell or Staropramen (50 CZK/pint). Festivals include Prague Spring Music or Karlovy Vary Film. Culturally, admire Art Nouveau by Alfons Mucha or puppet theaters. Shop for Bohemian crystal or garnet jewelry. Practical Tips - Currency: Czech Koruna (CZK); 1 USD ≈ 25 CZK. ATMs are widespread; cards accepted in cities, but carry cash for rural areas. - Language: Czech is official; English common in tourist spots. - Safety: One of the world's safest countries—low crime, but watch for pickpockets in crowds. Use common sense; solo travelers report positive experiences. - Health: Tap water is safe. Get travel insurance covering activities like hiking. - Connectivity: Free Wi-Fi in cafes; EU roaming applies. - Sustainability: Use reusable bottles; opt for trains over cars. Costs and Budgeting Daily estimates (per person): - Backpacker: 900-1,100 CZK (hostel, self-catering, public transport). - Mid-range: 1,900 CZK (private room, some dining out, activities). - Luxury: 3,500+ CZK (hotels, fine dining, rentals). Save by eating local, using city passes (e.g., Prague Pass: 1,390 CZK for attractions), and booking transport early. Free walking tours are tip-based.
A person ascends an escalator, with a massive library of books stacked inside a building.
by Wouter Moekotte 3 January 2026
Whereas Tokyo felt somewhat stiff, Seoul is bustling. All tourists I speak to agree: there is a pleasant vibe in the city. Half of the more than 50 million South Koreans live in metropolitan Seoul. The city itself is home to some 12 million souls. I almost forgot what it was like to see trash on the streets after Japan. The courtesy of letting people pass gives way to pushing. Koreans are also noisier. At first glance, Korea can be placed between Japan and China in terms of culture. Korea scores at least as high on many lists as eternal rival Japan. Seoul in particular is ultramodern, commercial, well organized and equipped with all sorts of technological gadgets. In restaurants, you often order on a tablet, are served by robots and cash is rarely involved. But the city buzzes, people are more approachable and less reserved than Japanese. The subway network is the most sophisticated I know. A vast intricate web. Thousands of subterranean carriages move back and forth nearly 20 hours a day. Around rush hour, not the slightest chance of sitting down. Sardines is putting it mildly; it's a lot of cramming and not everyone fits in. After a week in Seoul, I travel with two bags to the bus station over an hour away. After 20 minutes, an elderly man falls to the ground, hitting his head hard and is clearly knocked out. An immediate call is made, wagon is stopped and first aid is rendered. After a few minutes, the gentleman is hoisted upright and brought onto the platform. Meanwhile, the wagon has continued to fill up. Not much later we are moving again but I myself become faint and short of breath. The very first stop I want to get out with two bags but manage to get out with one only. The largest backpack travels on without me. A mini blackout. A moment later, a woman brings me my metro pass that I had also lost. Later that day, I tap the wrong PIN three times at an ATM. Fortunately, the bag is quickly retrieved; not that I would have any doubt about that. The question was not if but when. Dozens of camera images were immediately reviewed and calls made. Ten minutes later I can collect my bag 15 stations down the line. The bus has long left but that is of lesser concern. The express buses are great by the way; very spacious and you get (part of) your money back when you miss a bus. It seems there are cameras everywhere in Korea except in hotel rooms, bedrooms and toilets. Every square inch is carefully monitored. Security prevails over privacy. Camera images of suspects and wanted criminals are continuously repeated on TV. Naming and shaming, it is the method used to keep everyone in crowded Korea in line. Meanwhile, in (South) Korea you find yourself in a country that has been at war with its northern neighbor for 70 years. A cease-fire was signed but never a peace treaty. In Seoul, just 30 kilometers from the border, subway stations serve as bomb shelters. Gas masks are widely available underground. On higher-end hotel rooms invariably a fold-out iron arm from which you can abseil down by cord. Although locals have gotten used to the provocations of their northern neighbors, the threat feels close through uncovered, clandestine tunnels. According to defectors (tens of thousands a year), there are more tunnels from which attacks can be made. North Korea was embarrassed after discovery of the tunnels, denied any involvement and had them painted black to pretend they served for coal mining purposes. We take a peek inside the tunnels, which were clearly not made for tall Europeans. With binoculars, we peer into the barren land of North Korea. Westerners find it particularly exciting to see anyone in this completely closed and isolated country. Little to nothing is known about daily life and problems in North Korea. Tourists are shown a biased picture under strict surveillance by two guides. Defectors tell a better, fairly disconcerting picture. Allegedly, the situation has been dire for years. Due to the economic sanctions, there is unprecedented poverty. Video recordings which have been smuggled out of the country show theft and dead people in the streets who are barely looked after. One of the few sources of revenue is providing construction services to unsavory regimes but also selling weapons and ammunition to Russia, Iran and Syria. The border is the most heavily guarded one in the world. Yet many South Koreans are not preoccupied with any threat and prefer to get ahead in life. Although South Korean young men are subject to two years of compulsory military service, they make up for this time as quickly as possible by earning money and pursuing a career. There is little or no trust in reunification with their northern neighbors. Contrary to founder and former top executive of Hyundai. As a boy in the North, he tried fleeing from the countryside several times. After the war, he stayed behind in the South and founded one of the country's largest companies (chaebols). For millions of Koreans, the war was divisive and they never saw family members again. Retired, the former Hyundai top executive donated 1001 cows to North Korea on the border bridge (renamed "cow bridge"). It was not to be a round number, but the beginning of something new. After WWII, Korea was split in two like Germany, a border was drawn at the 38th degree latitude. The decades before, all of Korea had been colonized by imperialist Japan. After the separation, the North launched a large-scale, brutal invasion in 1950. The South was completely overrun. What followed was a now (in the West) almost forgotten, horrific war with four million casualties. The newly formed UN came into action for the first time. Numerous countries, including the Netherlands, heeded the US call to join the fight. In fact, the war was mainly against China and Russia. A cultural battle, an ideological battle, an outsourced war. It's like the current Ukraine war. 4,500 Dutchmen enlisted. An adventure beckoned. Many had never heard of Korea, let alone knew where it was. 150 Dutchmen never returned. The city dweller in the subway looks pale, coughs and sneezes from sitting indoors so much. Women in particular avoid the sun as much as possible. Hands in front of the face and lots of umbrellas, even on sun-drenched days! A white skin is the beauty ideal. There are even treatments and special creams for it. Like K-Pop and K-Drama, there is K-Beauty, being obsessively concerned with appearance. On every street corner there is a store selling skincare products and makeup from a major chain. But it goes further than that: Seoul is global "capital of cosmetic surgery”. In the Gangnam district streets full of billboards with ads from doctors in white coats. Most popular procedure? The double eyelid correction. Over 20% of young women have had one or are considering one. There is - unlike in Europe - absolutely no stigma about it. Recent graduates receive cosmetic surgery as a graduation gift. After all, you wish your daughter a smooth start into her career. Photos on resumes are mandatory and appearance - more than anywhere else - plays a decisive role in career success. This is because there is cutthroat competition for high-paying top jobs. The Asian crisis of the late 1990s is also to blame because the job market was thoroughly reformed in its wake and workers became less secure of their jobs. Soccer coach Guus Hiddink is by far the best-known Dutch person in Korea. He owes this entirely to his feat with the national soccer team during the 2002 World Cup. Out of the blue, home country South Korea almost reached the final, but it was Germany - who else - who narrowly stopped them. They played good soccer, but they lacked confidence and belief. The team was also too nice on the pitch, too well mannered. Psychologist Hiddink forged a team, cultivated confidence and taught them the dirty tricks of soccer. The rest is history. People still talk about Hiddink with admiration; he is truly considered a hero who put Korea on the map as a soccer nation. Soccer, along with baseball, is the country's national sport. With the long American (military) presence, baseball came along. So did religion. Korea here differs quite a bit from other Asian countries. Half of Koreans are atheist (reunification should be feasible for that reason alone), over 30% Christian and 15% Buddhist.
Busy city intersection in Hanoi, Vietnam, with cars, motorbikes, and buildings with red awnings. Overcast sky.
by Wouter Moekotte 1 January 2026
One of Asia’s most popular destinations and with good reason! Especially the last decade travellers have appreciated the vibrant Northern part of Vietnam , the great vibe and energy it represents along the cuisine and available activities in the region. The country is changing rapidly, it’s become a real manufacturing powerhouse. However many countryside destinations still offer a relaxed and authentic touch.
Cobblestone street between colorful buildings under a cloudy sky.
by Wouter Moekotte 31 December 2025
Poland is a country where medieval cities, dramatic history, natural beauty, and modern culture come together. Located in Central Europe, Poland offers travelers an affordable, safe, and richly rewarding experience—from fairy-tale old towns and UNESCO World Heritage sites to mountain trails, Baltic beaches, and vibrant nightlife. Poland has developed strongly economically in the last decade. It’s Europe’s fifth largest populated country and has a very solid manufacturing industry. Particularly food processing as well as packaging and there are many small & midsized logistical companies. Tourism is on the rise but still lagging behind the Czech republic or Austria. Poland is part of the European Union and the Schengen Area , making it easy to combine with trips to neighboring countries like Germany, Czechia, Slovakia, and Lithuania. Summer tends to be the favorite time to visit the country. Best Time to Visit Spring (April–June): Mild weather, blooming parks, fewer crowds Summer (July–August): Warmest season, festivals, outdoor cafés (busiest time) Autumn (September–October): Beautiful fall colors, cooler temperatures Winter (December–February): Snowy landscapes, Christmas markets, ski season in the south Ideal for most travelers: May–June or September Top Destinations Kraków – Cultural Capital One of Europe’s most beautiful historic cities. Especially in summer it’s very welcoming and pleasant although it can be hot. It tends to be very touristy as well. Use Guruwalk or Getyourguide to book walking tours and learn more about the city. Highlights: Rynek Główny (Europe’s largest medieval square) Wawel Castle and Cathedral Kazimierz (historic Jewish Quarter) Nearby Auschwitz-Birkenau Memorial Wieliczka Salt Mine (UNESCO site) Best for: History lovers, culture, architecture Warsaw – Modern & Historic Poland’s capital blends resilience and reinvention. The city has developed a lot in the past decade and is no longer very affordable - but there’s a rich, diverse restaurant offering. Highlights: Old Town (meticulously reconstructed after WWII) Royal Castle Łazienki Park & Palace on the Water POLIN Museum of the History of Polish Jews Thriving food, bar, and music scenes Best for: Museums, modern culture, city life Gdańsk – Baltic Beauty A colorful port city with maritime heritage. Highlights: Long Market (Długi Targ) Neptune’s Fountain Amber Museum WWII Museum Nearby beaches in Sopot and Gdynia (Tri-City area) Best for: Coastal charm, history, relaxed pace Zakopane & Tatra Mountains Poland’s mountain escape near the Slovak border. Highlights: Hiking in Tatra National Park Morskie Oko alpine lake Traditional wooden architecture Skiing in winter Highland (Górale) culture and food Best for: Nature, hiking, skiing Wrocław – City of Bridges & Dwarfs A lively city with a whimsical side. It’s also a large student university city with a very low unemployment rate. This is also thanks to several multinational companies having set up activities near the city. It’s well connected to Berlin and Prague. Highlights: Market Square Ostrów Tumski (Cathedral Island) Over 100 small dwarf statues hidden around the city Vibrant student atmosphere Best for: Photography, nightlife, charm Poznań – Birthplace of Poland Historic and youthful. Highlights: Renaissance Old Town Town Hall goats show at noon Strong food scene Important early Polish history Natural Attractions Białowieża Forest: Europe’s last primeval forest, home to wild bison Masurian Lake District: Kayaking, sailing, peaceful countryside Baltic Sea Coast: Sandy beaches, dunes (Łeba, Świnoujście) Ojców National Park: Cliffs, caves, castles near Kraków Polish Cuisine: What to Eat Polish food is hearty, comforting, and flavorful. Must-try dishes: Pierogi (dumplings) Bigos (hunter’s stew) Żurek (sour rye soup) Kotlet schabowy (breaded pork cutlet) Gołąbki (stuffed cabbage rolls) Oscypek (smoked mountain cheese) Desserts: Pączki (Polish doughnuts) Sernik (cheesecake) Makowiec (poppy seed cake) Drinks: Polish vodka (Żubrówka, Chopin) Craft beer (rapidly growing scene) Getting Around Transportation Trains: Reliable, affordable, extensive network. The fast train between Krakow and Warsaw is a breeze and very convenient. Buses: Often cheaper, good for smaller towns. The connections with Flixbus between the major cities are excellent and affordable. Domestic Flights: Limited but useful for long distances Car Rental: Ideal for countryside exploration Cities Walkable city centers Excellent public transport (trams, buses, metro in Warsaw) Costs & Budget Poland is one of Europe’s best-value destinations . Approximate daily budget: Budget traveler: €40–60 Mid-range traveler: €70–120 Luxury traveler: €150+ Meals, accommodations, and attractions are generally cheaper than Western Europe. Language & Communication Language: Polish English widely spoken among younger people and in tourist areas Learning basic phrases is appreciated: Dzień dobry – Hello Dziękuję – Thank you Proszę – Please / You’re welcome Safety & Practical Tips Very safe for travelers Watch for pickpockets in crowded tourist areas Currency: Polish Złoty (PLN) (not Euro) Cards widely accepted Tipping: Optional but appreciated (5–10%) Cultural Etiquette Dress modestly in churches Remove hats indoors Poles may seem reserved initially but are warm and helpful Respect historical sites, especially WWII memorials In short, why Visit Poland? Poland offers: Deep and moving history Stunning architecture Diverse landscapes Authentic culture Excellent value for money
Aerial view of Amman, Jordan, showing city buildings and ruins on a hill under a blue sky.
by Wouter Moekotte 27 December 2025
Jordan is a captivating Middle Eastern gem that blends ancient history, stunning natural landscapes, and warm hospitality. From the rose-red city of Petra to the otherworldly deserts of Wadi Rum and the buoyant waters of the Dead Sea, it's a destination that rewards adventurers, history buffs, and relaxation seekers alike. With a rich cultural tapestry influenced by Nabateans, Romans, and Bedouins, Jordan offers immersive experiences like hiking ancient trails, floating in mineral-rich seas, or savoring aromatic spices in bustling souks. As of late 2025, tourism is rebounding strongly, with improved infrastructure and eco-friendly initiatives in places like the Dana Biosphere Reserve. This guide covers everything you need for a memorable trip, including practical tips on arrival and navigation.
Rugged coastline with cliffs and green fields meeting the blue ocean under a cloudy sky.
by Wouter Moekotte 25 December 2025
The Azores , an autonomous region of Portugal , is a stunning archipelago of nine volcanic islands scattered in the mid-Atlantic Ocean, about 1,500 km west of Lisbon and roughly 2,400 km from New York. Often called the "Hawaii of Europe" for its dramatic landscapes, lush greenery, crater lakes, hot springs, and volcanic peaks, the islands offer a mix of adventure, relaxation, and cultural immersion. Divided into three groups—Eastern (São Miguel, Santa Maria), Central (Terceira, Pico, Faial, São Jorge, Graciosa), and Western (Flores, Corvo)—each island has its own unique character, from São Miguel's verdant hills and tea plantations to Pico's towering volcano and UNESCO-listed vineyards. With a mild subtropical climate, biodiverse ecosystems (including 10% protected reserves), and activities like whale watching, hiking, and thermal bathing, the Azores appeal to nature lovers, hikers, and eco-tourists seeking an off-the-beaten-path European destination.
Ljubljana, Slovenia cityscape with red-tiled roofs, churches, and Ljubljana Castle atop a hill.
by Wouter Moekotte 22 December 2025
Slovenia , a compact European gem nestled between the Alps, the Adriatic Sea, and the Pannonian Plain, offers a diverse mix of stunning landscapes, vibrant cities, and rich cultural heritage. Bordering Italy, Austria, Hungary, and Croatia, it's known for its emerald rivers, alpine peaks, medieval towns, and UNESCO-listed sites. With a population of about 2 million, Slovenia is eco-friendly, safe, and affordable, making it ideal for nature lovers, adventure seekers, and cultural explorers. Its capital, Ljubljana, blends historic charm with modern vibrancy, while highlights like Lake Bled and the Soča Valley showcase its natural beauty. As of 2025, tourism continues to grow, emphasizing sustainable practices. The country is obsessed with sports, exercising in the great outdoors is very much a national hobby. And who doesn’t know world’s greatest cyclist Tadej Pogacar? He learned the ropes in his mountainous home country. Soccer and ski jumping are also popular. For visitors hiking is lovely and there’s so many trails in the forests or higher up in the Julian Alps.
Show More