Colombia
Colombia is geen land om tot rust te komen, tenzij je de jungle of bergen intrekt. Tien dagen Bogota en Medellín zuigen ieder laatste restje energie uit je weg. Ik voel me als een uitgewrongen handdoek, als een uitgeknepen citroen. Na jaren in een Europese bubbel zijn de twee grote Colombiaanse steden een knetterende fusie van klanken, geuren en smaken. Er is veel te doen en te zien, dat geeft energie en een ander perspectief. Er is ook een constante kakofonie van geluid. Verkeer, muziek en lawaai reizen door de dunne wandjes van de lokale huizen en hotels. Van ‘s ochtends tot ‘s avonds klinkt pompende muziek uit de taxiradio’s, keukens en cafés. Het verkeer dendert aan een stuk door de smerige straten. Het is me een raadsel hoe hotels aan alle kanten bestookt worden door een muur van lawaai nog zo goed beoordeeld worden. De grote steden in Zuid-Amerika zijn smerig en lawaaierig. Er is een overdaad een prachtige natuur en rust, maar daarvoor moet je weg van Engelssprekende bedienden, goede restaurants en verse koffies. Dan ben je op Spaans aangesproken — of Google Translate — en zijn er geen westerse toeristen in de buurt. Grote hoeveelheden daklozen — lijmsnuivers en crackheads — liggen in portieken en trekken vuilniszak na vuilniszak open op zoek naar flesjes, blikjes en etensresten. Achter gelaten door toeristen in cafés en restaurants. Op zoek naar welvaart en een betere toekomst is er nu even geen plek voor groen, rust en comfort. Voor de lagere -en middenklasse althans. De elite zit veilig in hun beveiligde woontorens en SUVs. Colombia heeft de afgelopen twintig jaar een stormachtige ontwikkeling ondergaan — en hierbij misschien verschillende fases overgeslagen.
Het imago van Colombia is bij de gemiddelde westerling niet bijzonder positief. De stereotypes van drugs en geweld blijven terugkomen. Veruit de meeste Colombianen hebben het goed voor en ervaren het als beledigend als drugs ter sprake komt. Sinds de wapenstilstand met FARC in 2016 heeft het toerisme een vlucht genomen. Desondanks zijn er door het hele land nog splintergroeperingen actief. Dit gecombineerd met de aanwezigheid van andere paramilitaire groepen en drugsbendes blijft voor spanningen, aanslagen en incidenten zorgen. Daarbij is Colombia een echte smeltkroes van verschillende etniciteiten, zoals de oorspronkelijke bewoners en nazaten van slaven die bij Cartagena aan land kwamen. Dit alles maakt het land (27x zo groot als Nederland) lastig centraal de besturen. Als je het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse zaken moet geloven kun je maar beter helemaal niet naar Colombia afreizen, al dienen zij zich in te dekken en is het hun taak je op ieder mogelijk risico te wijzen. In de grote steden vinden veel berovingen plaats, dit is op ieder reisblog te lezen. Beste remedie is om in de stad alleen een beetje geld mee op zak mee te nemen en telefoon of betaalkaarten in het hotel achter te laten. Opvallend veel Europeanen in verhouding tot Amerikanen bezoeken het land. Tweede stad van het land — Medellín — staat vrijwel altijd op het programma. Toen de Spaanse conquistadores in de 16e eeuw de vallei bezochten vonden ze er geen goud. Het bleef een slaperig provinciestadje tot bleek dat de koffieplant zeer goed gedijt in de omgeving. Zo goed zelfs dat doorgaans twee keer per jaar geoogst kan worden. Vandaag verdienen koffieplukkers — die als dagloners de plantages afrijzen — een schamele 1.000 COP (Colombiaanse Pesos) per kilo. Een kleine 25 eurocent, wat totaal niet in verhouding staat tot een dubbele espresso van drie euro in de Europese hoofdsteden!
Van de kilo koffiebessen blijft netto fors minder gewicht aan bonen over. Op de plantages krijgen we alle stappen in het proces te zien en worden zelfs aan het werk gezet met een draagmand. De koffieplant neemt van nature veel ‘tonen’ van andere gewassen over zoals de cacaoplant, citrus bomen en cannabis. Plantages zijn dan ook geen grote monoculturen. Ook wil ik de claim van veel plantages wel geloven dat er geen pesticiden worden gebruikt. Ondanks hardnekkige wormen en schimmels die de opbrengst verlagen. Inzet van natuurlijke vijanden werkt onvoldoende en gebruik van pesticiden heeft — natuurlijk — geen positieve invloed op zowel de vruchtbaarheid van de plantages als de kwaliteit en smaak van de koffiebonen zelf. Voor het fruit kom ik overigens absoluut terug naar Colombia. Er wacht een overvloed aan exotische vruchten die hooguit een week vers blijven en het transport naar Europa niet overleven. Om die reden onbekend bij het grote westerse publiek. Van kruisingen van tomaten en pruimen tot passievrucht achtige soorten. De ‘granadilla’ is mijn favoriet. Ontbijt is vaak inbegrepen bij de hotels en alhoewel vaak redelijk karig vormt het verse fruit een welkome uitzondering hierop. Zeker wanneer kolibries en andere vogels het terras voorbijvliegen.
Medellín dankt haar reputatie ook aan het andere goedje dat begint met een C en het beruchte kartel uit de jaren ’80 en ’90. Met de vraag naar cocaïne uit het westen ontstond georganiseerde misdaad in de landen waar deze poeder geproduceerd en getransporteerd werd. En Colombia was en is nog altijd zo’n knooppunt. Pablo Escobar groeide snel uit tot de onbetwiste baas van de onderwereld en zijn kartel controleerde in zijn ‘hoogtijdagen’ zo’n 40% van het wereldwijde volume in cocaïne. Overigens is het totale volume vandaag de dag zo’n vier keer zo groot. De productiekant vindt voornamelijk plaats op afgelegen plekken in Colombia, Peru en Bolivia. Dit gedeelte in de keten is (in tegenstelling tot de logistiek) relatief minder risicovol omdat de ‘keukens’ snel verplaatst kunnen worden en goed te camoufleren zijn. Ook gaat het om een immens uitgestrekt gebied dat niet of nauwelijks te controleren valt, ook niet met miljoenen steun vanuit de V.S. Geografisch is Colombia dan ook nog eens uniek gepositioneerd met ruime toegang tot zowel de Pacific als het Caribisch gebied. Waar vandaag kleine onderzeeërs de contrabande tot in Mexico bij de kartels bezorgen, gebeurde dat in de jaren ’70 en ’80 met kleine, laagvliegende vliegtuigjes die in centraal Amerika een of twee stops maakten en de balen vervolgens dumpten in Mexico of zelfs tot in de V.S.
In een tijd zonder internet en cryptogeld moest al dat geld worden witgewassen. Clandestiene taxibedrijven en voetbalclubs deden dienst als wasstraten. Het klinkt absurd dat dit min of meer gedoogd werd en Escobar publiekelijk gezien werd als de man die aan de touwtjes trok bij voetbalclubs en bedrijven. De keuze voor partners was ‘zilver of lood’. Zijn verkiezing tot parlementariër was de elite uiteindelijk iets te gortig en leidde tot een neerwaartse spiraal van geweld en aanslagen. Geïnspireerd door de Netflix serie ‘Narcos’ komen veel toeristen in Medellín af op zijn verhaal en de vele ‘Pablo Escobar’ tours. Met als dieptepunt narco toeristen die een lijntje van zijn graf af snuiven. Het WK ’94 moest voor Colombia het moment worden haar imago op te poetsen. Het was de gouden generatie met namen als Carlos Valderrama, Rene Higuita en Tino Asprilla. In de aanloop naar het WK speelden ze Argentinië uit volledig van de mat. In de VS moest er geoogst worden, als ultiem ‘sportwashing’ evenement zou Colombia haar sportieve kant aan de wereld tonen. Het liep helemaal anders. Het team werd tot in de hotelkamers zwaar bedreigd door de gokmaffia en de druglords achter de clubs die wilden dat bepaalde spelers speeltijd kregen. In de beslissende wedstrijd tegen thuisland VS wilde de bal er maar niet in. Tot overmaat van ramp knalde sterverdediger en voorbeeldprof Andres Escobar (geen familie van) de bal in eigen doel. Thuis in Medellín ging hij — tegen ieders advies in — met vrienden een biertje drinken om stoom af te blazen. Hij werd uitgedaagd, gejend en even later op de parkeerplaats doodgeschoten. Colombia was weer terug bij af.
In Medellín doet de ‘noise pollution’ me denken aan Manila in de Filippijnen. Het lijkt wel hetzelfde; het klimaat, de palmbomen, de shopping malls, het verkeer en de taal. Het is vervolgens drie kwartier in het vliegtuig van Medellín naar Pereira. Eenmaal geland spreek ik twee Britten aan en samen delen we een taxi naar het nabijgelegen Salento. De regio vormt het hart van de Colombiaanse koffiecultuur en uitvalsbasis voor tal van activiteiten en nabije natuurgebieden (de befaamde Cocora vallei die op het grootste bankbiljet prijkt en vulkanen van boven de 5.000 meter). Het kleine koloniale stadje Salento op 1.900 meter huisvest amper 5.000 zielen maar wordt het hele jaar overspoeld door toeristen. Alhoewel de prijzen voor maaltijden en overnachtingen hierop zijn afgesteld blijft het goed betaalbaar met €10 voor een goede maaltijd en €40–50 voor een prima hotelkamer. Buiten de toeristische centra kan dit nog door drie. Alhoewel warm water niet altijd een garantie is en de kwaliteit van veel accommodaties nogal te wensen overlaat. Het centrale plein is ook hier zoals in veel Zuid-Amerikaanse steden omgedoopt tot ‘Plaza Bolivar’. Simon Bolivar verloste (een groot deel van) Zuid-Amerika onder het juk van de Spanjaarden. Geboren in Venezuela raakte hij tijdens een Europese ‘grand tour’ bevlogen door het idee de Spanjaarden uit Zuid-Amerika te verjagen. In Milaan was hij in 1805 getuige van de kroning van Napoleon tot koning van Italië. Diezelfde Napoleon hielp zeven jaar later een handje door Spanje te bezetten en het land daarmee zodanig te verzwakken dat onafhankelijkheidsstrijders als Bolivar erin slaagden het huidige Bolivia (vernoemd naar), Peru, Venezuela, Ecuador en Colombia te bevrijden.

Recent Posts









